ATELIER

 HOME

 ATELIER

 OSCAR JESPERS

 kunstenaars

 expositie

 PERS

 NEWS

 ABOUT US

 INFOS

 NEWSLETTER

Anne Bony - Historienne de l'art - Maître d'oeuvre de les collection les années (...)

Et Meubles et Décors au éditions du regard.

"Wij  architecten,  beeldhouwers  en  schilders,  moeten  ons  allen  terug  aan  het  werk  zetten", zo pleit Walter Gropius in 1919 in zijn manifest voor de Bauhaus-school.

 

De basisverwachtingen  van Gropius blijven actief in  de  moderne beweging. Van Le  Corbusier tot  Mies  van  der  Rohe,  kent  Europa  een  arsenaal  aan  meesters.  Victor  Bourgeois  (Charleroi 1897 - Brussel 1962) treedt in België op de voorgrond.

 

Tijdens  zijn  studies  aan  de  Academie  voor  Architectuur  van  Brussel  (1919),  verwerpt  hij  het historisme  dat  hem  door  zijn  leraars  werd  onderwezen.  Samen  met  zijn  broer,  dichter  Pierre Bourgeois  (Charleroi  1898  -  Sint-Agatha-Berchem  1976)  engageert  hij  zich  voor  de  stichting van een  kunstencentrum en is hij de bezieler van een aantal tijdschriften. 7 arts (1922-1928) is het  bekendste  weekblad,  dat  internationaal  succes  kent.  Ze  ontwikkelen  er  transdisciplinaire ideeën in en worden de woordvoerders van een moderne beweging in België. De invloed van de beweging  'De  Stijl'  wordt  tevens  bevestigd  door  uitwisselingen  met  Theo  van  Doesburg  en talrijke  reizen  naar  Nederland.  Op  vraag  van  Mies  van  der  Rohe,  wordt  Victor  Bourgeois  als enige Belg  uitgenodigd  om in 1927 een  woning  te bouwen in de  wijk Weissenhof in Stuttgart. Le Corbusier is er present met twee realisaties voor Frankrijk, en Mart Stam en J.J.P. Oud voor Nederland. Het hele plaatje van de site lijkt op een abstracte sculptuur bestaande uit blokken van verschillende groottes, waarvan de schikking harmonieus kadert in de topografie van het terrein. De  dominante indruk  van  de  expositie is unaniem,  met witte  kubistische  volumes,  uitgepuurde vlakke vormen, open vlakken en details van industriële aard.

 

Het jaar erna maakt hij deel uit van de Belgische delegatie op het eerste Congrès international d’architecture moderne  (CIAM),  neemt  hij  deel  aan  de  organisatie  van  het tweede  CIAM  in Frankfurt  (1929)  en  organiseert  hij  het  derde  congres  in  Brussel  (1930).  Victor  Bourgeois maakte internationaal carrière en engageerde zich actief voor grote utopische projecten zoals de Cité Moderne, maar  realiseerde zoals vele  vrienden  van  hem  uit de  moderne beweging slechts individuele  woningen  of  ateliers  voor  privéklanten:  huis  Latinis  (1926),  huis  Mondalt  (1927), huis Albert Lamblot (1929) en de vakantiewoning van Herman Teirlinck en Karel Maes (1928). Zijn  architecturale  verwezenlijkingen  geven zijn  visie  van de machine à habiter  weer,  waarbij hij  een  uitgepuurde  woordenschat  gebruikt,  volle  volumes,  gekarakteriseerd  door  afgeronde hoeken en cilindrische vormen. Hij neemt deel aan de tentoonstelling Nancy-Paris (1926) onder leiding  van  Jean  Lurçat  aan  de  zijde  van  Le  Corbusier,  Robert  Mallet-Stevens  ...  Victor Bourgois  is  aanhanger  van  de  'vijf  punten  van  de  moderne  architectuur',  die  Le  Corbusier datzelfde jaar nog publiceerde. Robert Mallet-Stevens (1886-1945) stelt hem overigens voor om een kunstenaarsgroepering in België te vormen.

 

De architectuur blijkt voor de moderne beweging het middel bij uitstek te zijn om verschillende kunstdisciplines  te  verenigen.  Heel  wat  voorbeelden  illustreren  deze  gezamenlijke  idee,  zoals het atelier van de gebroeders Martel, beeldhouwers van Robert Mallet-Stevens (1927) in Parijs, het atelier van de schilder René Guiette (1893-1976) van Le Corbusier (1926-1927) in Brussel.

 

De verwezenlijking van het atelier van de beeldhouwer Oscar Jespers (1928) in Brussel in Sint-Lambrechts-Woluwe  door Victor Bourgeois bevestigt  deze diepe  verstandhoudingen. Hij drukt zijn  modernistische  ideeën  uit,  stelt  alle  ideeën  over  stijl  in  vraag  en  wendt  zich  tot  een  puur plastische idee die  eenvoudige  volumes  combineert in osmose  met  de artistieke  engagementen van zijn cliënt en vriend.

 

Oscar  Jespers  (1887-1970)  bevat  zijn  vak  als  beeldhouwer  in  rechtstreeks  contact  met  de materie,  om  er  alle  spanning  uit  te  halen.  Hij  begint  witte  steen,  marmer  en petit granit  te houwen,  en  geeft  expressie  aan  een  esthetische  evolutie  die  kubistisch  is  met  synthetische volumes.  Zijn  werken  ontplooien  zich  als  echo  op  de  theorie  van  de  schilder  Paul  Cézanne (1902), over het gebruik van fundamentele vormen zoals de cilinder, de bol en kegel.

 

De ruimte  die  door Victor Bourgeois voor  het atelier  werd ontworpen, behoort tot de  abstracte kunst. Met dezelfde soberheid  flirten de  vormen met het volle en het ledige, en geleiden ze het licht.  Geometrie   vervangt  versiering.  De  vensters  op  het  vlakke   deel  van   de   gevel  zijn industrieel.   Hij   vertaalt   zijn   'architecturale   wandeling'   met   een   radiale   logica   vanaf   de cilindrische  trap,  die  esthetiek  en  functionaliteit  in  elkaar  laat  overvloeien.  Deze  tijdloze architectuurstijl  onderscheidt  zich  als  een  van  de meesterwerken  van  de  moderne  beweging  in België,  naar  het  voorbeeld  van  de  villa  Savoye  (1928-1931)  van  Le  Corbusier  in  Frankrijk  en het Duitse paviljoen in Barcelona (1928-29) van Mies van der Rohe.

 

Acinthe Gigou - Historienne de l'art– directrice de l’association Arkadia in Les Nouvelles du patrimoine, numero 148 – septembre 2015

"Het is de waarheid van onze geest waar wij de beeldhouwer van zijn; net daarom heeft een sculptuur andere vormen dan die uit de natuur; beeldhouwkunst is een abstractie." Zo drukte Oscar Jespers zich uit in 1964. In 1887 wordt hij geboren in Borgerhout, een buurgemeente van Antwerpen.

Als oudste zoon van beeldhouwer Emile Jespers, komt hij al spelende in het atelier van zijn vader voor het eerst met deze kunstvorm in contact. In 1900 vervoegt hij de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, waar hij een uitmuntend student was. Aan het begin van zijn carrière produceert hij fundamenteel abstracte, plaasteren werken. In de jaren 20 evolueert hij naar hoofdzakelijk marmeren, kubistische producties, die duidelijk Afrikaans geïnspireerd zijn, om zich ten slotte in de jaren 30 aan het expressionisme te wijden. Geleidelijk aan verdwijnt het steen uit zijn handen, dat hij na de Tweede Wereldoorlog door brons vervangt.

In 1946 verwezenlijkt hij het bas-reliëf van het Bestuur der Postcheques in de IJzerenkruisstraat, dat in 1937 door Victor Bourgeois werd gebouwd. Samen met hem onderricht hij in de École nationale supérieure d'Architecture et des Arts Décoratifs van La Cambre.

 

Aan het begin van de jaren 20 verblijft Oscar in Antwerpen. Hij streeft ernaar om een modern atelier op te richten en neemt aanvankelijk contact op met Le Corbusier. In 1924 schrijft hij zijn neef en nauwe medewerker Pierre Jeanneret aan - een brief waarin hij meedeelt dat hij zich weldra in Parijs zal gaan vestigen met vrouw en kind. Hij informeert zich over de prijs van een lap grond en een bescheiden woning met atelier in Boulogne of Vaucresson, maar de percelen zijn al verkocht, en het project wordt al snel aan de kant geschoven. Hij blijft uiteindelijk in België en vertrouwt het project toe aan een andere modernistische architect, Victor Bourgeois, die toen al internationale faam genoot.

 

Bourgeois (1897-1962) is de voornaamste baanbreker van de internationale Moderne Beweging in België. Met zijn sociaal engagement onderscheidt hij zich door de omvang van zijn bouw- en schrijfwerk, maar ook door de beslissende rol die hij als cultureel animator speelt, als bezieler van kunstmagazines en onderwijzer. Dankzij de publicatie van een van zijn eerste producties voor het tijdschrift 7 Arts - la Cité Moderne de Berchem-Sainte-Agathe, geniet hij al snel internationale roem.

 

In 1925 bouwt hij zijn privéhuis en wenst hij dat dit als hoofdkwartier voor de Moderne Beweging in Brussel wordt gebruikt. Net zoals zijn eerste verwezenlijkingen was dit huis in grote mate beïnvloed door het purisme van de Stijl, een referentie die geleidelijk aan uit zijn werk zou verdwijnen.

 

De woning van beeldhouwer Oscar Jespers is sprekend voor zijn latere realisaties, formeel doordacht, waar een door Le Corbusier uitgepuurde taal hand in hand gaat met robuuste volumes, gekenmerkt door afgeronde hoeken en cilindervormen.

 

Hij was ook een van de zeldzame architecten uit die tijd die afstand nam van wat we vandaag 'novelty architectuur' noemen, waarbij privé- of openbare gebouwen als een strikt autonoom werk worden neergezet, zonder enige interactie met de onmiddellijke omgeving. Hij zei dat "heel wat architecten maar al te graag 'architecture de chevalet' bedrijven, een vorm van architectuur die dus enkel rekening met zichzelf houdt en voorbij gaat aan de oudere of modernere omgeving".

 

• Plan, indeling

 

Tegenwoordig zijn we vertrouwd met modernistische huizen die zich perfect in hun omgeving integreren (en zonder bijna zelfs te verouderen), maar in 1920 was dit helemaal anders.

De bouwvergunningsaanvraag werd door de gemeente niet onmiddellijk goedgekeurd, daar deze in de eerste plaats van mening was dat "het ontwerp van de façade protest bij de buurtbewoners teweeg zou kunnen brengen. Het huis heeft geen daklijst en de vensters zijn zeer disproportioneel."

 

Het programma was relatief complex en viel uiteen in drie delen: een kunstenaarsatelier, twee tentoonstellingsruimtes en een privéwoonst voor een koppel met kinderen.

De monumentale sculpturen van Jespers vereisten een grote hoogte onder plafond.

Bijgevolg is het atelier dubbel zo hoog, net als de tentoonstellingsruimte op het gelijkvloers, die voorzien is om de grootste werken onder te brengen. De kleinere formaten worden tentoongesteld in een galerij op de eerste verdieping.

 

Hoewel het huis langs weerszijden aan twee andere woningen grenst, biedt het een driedimensionale volumetrie, dankzij de gegolfde façade die de twee aanpalende huizen met elkaar verbindt. Deze sierlijke curve biedt de voorgevel heel wat dynamiek en haalt een maximum aan licht naar binnen, waarbij het unieke karakter van het huis in de verf wordt gezet.

 

De benedenverdieping omvat een garage waarlangs de steenblokken naar binnen werden gehaald, het atelier van de beeldhouwer en een tentoonstellingsruimte.

Een tweede tentoonstellingsruimte ligt op de eerste verdieping. De tweede verdieping is volledig gewijd aan de leefruimtes.

 

Het gebouw heeft een betonnen structuur, met muren opgetrokken uit lokale baksteken die bedekt werden met een betonnen laag en vervolgens wit werden geverfd. De metalen raamkozijnen hebben zeer fijne profielen en liggen in de façade mooi op elkaar afgelijnd. De woning op één enkel niveau beschikt over een bijzonder ingenieus grondplan. De slaapkamers aan de rechterkant zijn veel soberder dan de opmerkelijk vrijere leefruimtes in het gebogen gedeelte. Het atelier is volledig beglaasd, en de tentoonstellingsruimtes baden in het licht dankzij de gebogen ramen van de façade.

Hier geen versieringen. Enkel het licht, de ruimtes en het verkeer.

 

De familie Jespers woonde tot 1970 in het huis. Vervolgens vonden er heel wat huurders hun onderkomen, zoals een fotostudio en de ambassadeur van Peru.

In 1995 werd het huis als monument geklasseerd.

 

 

 

© Atelier Jespers - Erfprinslaan 149 Avenue du Prince Héritier -  Brussel 1200 Bruxelles

Contact : Jean-Francois Declercq +32 475 64 95 81- Elsa Sarfati +33 6 10 84 27 48  - jf@atelierjespers.com